Hendrik Kramer

IMG_0009 hendrik

Woordwolk: Hendrik

Talentmanager is voor mij: ontdekken wie je bent, weten waar je staat en wat je doel is en dat elke dag uitdragen.

“Woar bin jie nou echt groos op?” (1)

Levendig komen alle details weer in mijn gedachten, ik zie ze zelfs haarscherp voor me.
Mijn bessien (2) , gekleed in Urker klederdracht, in haar zo herkenbare houding al zittend achter haar opengeslagen statenbijbel voor het grote raam aan de keukentafel. De geur van stoofvlees dat zachtjes op een petroleum lampje in het groene emaillen pannetje op het aanrechtblad staat te pruttelen en langzaam een heerlijk aroma verspreidt door het kleine keukentje. Bessien, een tengere weduwvrouw die mij graag verhalen vertelde over mijn grootvader die ik overigens zelf nooit gekend heb. Mijn bebe was n.l. al ver voordat ik geboren werd overleden.

Maar de verhalen die ze over hem vertelde, die misten hun uitwerking niet! Ze bleven bij mij haken en maakten in mij iets los wat ik toen nog geen naam kon geven en waarvan ik op 11 jarige leeftijd niet kon bevroeden wat voor impact dat op mij zou hebben. Eén ding wist ik wel: “Later…. ja, later als ik groot ben, dan………..” ja ik wist het zeker, dat wilde ik, en dat zou ik ook!

Mijn bessien vertelde mij over mijn bebe (3) als aannemer, die samen met zijn compagnons de oprichters van het eerste uur van Brandweer Urk waren. Bebe was ondercommandant en bevelvoerder. In oliejas gehuld en met de beperkte middelen die in die tijd voorhanden waren hadden ze maar één doel: Vol passie en trots en maar al te vaak tegen beter weten in, Eén taak: “redden wat er te redden was”. Vanaf de oprichting van het korps is hij 35 jaar in vrijwillige brandweerdienst geweest en als enige volledig vernoemde kleinzoon mocht ik van mijn grootmoeder zijn oorkonde en daarbij horende medaille hebben. Ik vond dat een hele eer en het is daarom dat deze verhalen mij al op jonge leeftijd aangestoken hebben om later brandweerman te worden. De vergeelde oorkonde voor 35 jaar trouwe brandweerdienst en de bijbehorende medaille steeds als stille motivator al liggend in mijn bureau lade.

Opa Hendrik

Ik was toen ongeveer 11 jaar en begon met het bezoeken van de brandweerkazerne van Urk. Er was daar voor een nieuwsgierige jongen vanwege de verbouwing altijd wel een karwijtje te doen. Niemand die er raar van opkeek toen ik voor het eerst binnenwandelde. Integendeel, toen mij gevraagd werd: “van wie bin jie ur iene?” (4) kwamen al snel de verhalen over mijn bebe los. Er waren er zelfs nog bij die met mijn bebe gewerkt, of hem gekend hadden.

De toenmalig commandant gaf mij het advies: “Hendrik, de Brandweer heeft altijd behoefte aan handige jongens, kies een goede en technische baan en zorg dat je goede cijfers haalt.” Een technische opleiding dat lag mij wel en koos ik ervoor om elektrotechniek en megatronica te gaan studeren.

Na deze studie ben ik gaan werken bij een installatie bedrijf. Een bedrijf waar ik al heel gauw mijn draai als monteur met eigen projecten gevonden had en waar ik met veel plezier werkte. Het bedrijf groeide en tijdens het werk op grote en luxe jachten en steeds meer opdoen van ervaring kwam bij mij het moment en besef ik: “moet ik altijd doen waar ik op dit moment goed in ben?”

Ik hield van de steeds veranderende technische klussen en omstandigheden, mensen talen en nationaliteiten. Maar toch bleef ik voor mijn gevoel op een bepaald niveau hangen. Toen ik dit eens bij mijn werkgever bespreekbaar wilde maken zei deze letterlijk tegen mij: “Hendrik , jij bent een goede monteur en bent van grote waarde op de werkvloer.” Vanuit zijn perspectief was dit natuurlijk juist, maar van mij uit gezien had hij de plank volledig misgeslagen. Hij kon zich niet inleven in wat voor mij echt belangrijk was. Dit gesprek was voor mij een teleurstelling, maar temeer ook een geweldige trigger. Niet lang daarna kreeg ik de mogelijkheid om me verder te gaan ontwikkelen bij de grootste jachtbouwer van Nederland. Maar toch, ondanks dat ik bij mijn nieuwe werkgever alle ruimte kreeg om me te blijven ontwikkelen was er iets wat ik miste.

Tegelijkertijd was ik van aspirant brandwacht bij de vrijwillige brandweer van Urk opgeklommen tot bevelvoerder en brandmeester. Van de toenmalige commandant had ik dat vertrouwen gekregen en kreeg alle ruimte om ook mijn verantwoordelijkheidsgevoel binnen het korps te laten zien en me hierin te ontwikkelen.

Dit resulteerde dan ook in een moment dat de commandant vroeg of ik de officiersopleiding aan het NIFV wilde gaan doen. Een vraag waar ik natuurlijk niet lang over hoefde na te denken. Het was juist in deze tijd dat ik weer terug ging denken aan de verhalen die in het kleine keukentje door mijn bessien verteld werden. Het was alsof ik, zonder hem ooit te hebben gekend, langzaam in de voetsporen van mijn grootvader aan het treden was.

Niet veel later ben ik na het overgegaan van Brandweer Urk naar Brandweer Flevoland bij de regio gaan werken. Eerst als adviseur brandveiligheid en later ook als Officier van Dienst en Coördinator brandweerzorg Noord. Ook bij de regio was het mijn leidinggevende die mij alle ruimte bood om mij te ontwikkelen. Door hierover met haar in gesprek te gaan mocht ik de leergang talent manager gaan volgen. Tijdens de bijeenkomsten ben ik niet gaan ‘ontdekken’, maar juist ‘ervaren’ wat nu werkelijk belangrijk is. Juist door in dit traject met interessante mensen in gesprek te gaan en dingen te doen die je normaal nooit doet, ga je ervaren dat er altijd ‘meer’ is. Buiten de beperkende en steeds groter groeiende laag van ‘dagelijkse sleur en drukte’, is zoveel meer om te groeien en talenten te ontplooien. Dit zit soms al in hele kleine dingen. Geloven in dingen waar het echt om gaat waar je ‘groos’ op bent en waar je echt, al hoe klein ook, het verschil mee maakt. Wij hebben het allemaal in ons en het is dichterbij dan we vaak denken.

Mijn bessien deed mij door mij vol passie over mijn grootvader te vertellen dat onbewust ervaren. Ze maakte dat voor mij juist op een hele speciale manier tastbaar met die vergeelde oorkonde. Het traject talentmanager heeft juist dat gevoel bij mij weer wakker gemaakt en versterkt.

Al terugdenkend aan de verhalen van mijn grootmoeder en het traject wat ik doorlopen heb kom ik maar tot één conclusie: “ontdek wie je bent en blijf dicht bij jezelf. Weet waar je staat en wat je doel is. Draag die overtuiging elke dag met plezier uit. Dat is uiteindelijk waar je ‘groos’ op kunt zijn en wat uiteindelijk het, meest voldoening geeft.”

Hendrik Kramer

1.Waar ben je nu echt trots op?
2.Urker woord voor grootmoeder
3.Urker woord voor grootvader
4.Urker uitdrukking voor de vraag: wie zijn je ouders

Hendrik OvDg

 

Klik voor een pdf-versie van dit verhaal op de volgende link:
Woar bin jie groos op

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *