De honderd is er wel!

Het kind
bestaat uit honderd
het kind heeft
honderd talen
honderd handen
honderd gedachten
honderd manieren van denken
van spelen, van spreken

Honderd, altijd weer honderd
manieren van luisteren
verwonderen en liefhebben
Honderd vreugden
om te zingen
en te begrijpen
honderd werelden
Om te verzinnen
honderd werelden
om te dromen

Het kind heeft honderd talen
(en nog honderd honderd honderd meer)

Maar ze pakken er negenennegentig af.
De school en samenleving
scheiden het hoofd van het lichaam.
Ze zeggen tegen het kind;
dat hij zonder handen moet denken
zonder hoofd moet handelen
Moet luisteren en niet praten
moet begrijpen zonder veugde
Alleen met Pasen en Kerstmis
mag liefhebben en verwonderen.

Ze zeggen tegen het kind:
ik geef je al de ontdekte wereld
en van de honderd
pakken ze er negenennegentig af.

Ze zeggen tegen het kind:
dat werk en spel
realiteit en fantasie
wetenschap en verbeelding
hemel en aarde
verstand en droom
dingen zijn
die niet bij elkaar horen.
Dus vertellen ze het kind
dat de honderd er niet is

Het kind zegt:
Zeker de honderd is er wel.